• Chris Ruijter

Groen


Wat nu groen is, was eerst rood. Rood was het vroeger hélemaal voor mij. Ik geloof dat er nog een aantal foto's is van mijn kinderkamer waarop je dat kunt meemaken. Rood. Ferrari-rood wel te verstaan. Helemaal maf was ik van dat automerk en de bijbehorende kleur. Ik wist ook zeker dat ik later een Ferrari zou gaan rijden. Eén keer is dat gelukt. Van een vriend kreeg ik een half uurtje Ferrari-rijden voor mijn verjaardag. De dag erna had ik nog steeds kramp van die half uur durende glimlach van oor tot oor. Geweldig. Voor een keer. Met de jaren heeft echter de realiteitszin mijn droom ingehaald en zijn enge woorden als 'praktisch' en 'verstandig' de boventoon gaan voeren als het om auto's gaat. Ook mijn lievelingskleur is in de loop der jaren aan verandering onderhevig geweest. Ik weet niet meer precies wanneer het gebeurd is, maar tegenwoordig ben ik nog maffer van een andere kleur dan dat ik toen van rood was. Groen. Man man man. Groen zeg. Green is the new red.

Niet ieders favoriet maar o zo leuk voor de macrograaf. Bladluizen. Lekker groen!


Als er één kleur bestaat die door vrijwel iedereen met 'natuur' wordt geassocieerd is het wel groen. De kleur van jong leven. Versheid. Prilheid. Nieuwigheid. Niet voor niets heten groentjes groentjes. Het is de kleur van gras, bladeren en gewoon van bos in het algemeen. Dé kleur van de natuur. Deze zomer is ook groener dan anders. Door de vele regen en de aangename temperaturen staat alles er zelfs in augustus nog fris en fruitig bij. Het is trouwens altijd grappig om te bedenken dat de kleur waarvan wij denken dat de natuur daar veel mee heeft nou net de kleur is waar ze dus helemaal niks mee heeft. Het is de enige golflengte die en masse wordt teruggekaatst door naald, blad en twijg. In feite wordt deze kleur dus collectief uitgekotst door de natuur. Stof tot nadenken?

Natuur heeft helemaal niks met groen. Dit waterlelieblad weerkaatst álles wat maar met groen te maken heeft. Heb ik niks aan. Weg ermee!


Traditioneel gaan onze kinderen in de zomervakantie een paar dagen logeren bij opa en oma. Dat is voor iedereen leuk. Ze wonen ver weg en dus zien ze elkaar nooit vaak genoeg. Genieten voor opa, oma en hun kleinkinderen. Voor papa en mama is het een kans om dingen te doen die ze anders niet kunnen doen. Dat klinkt overigens spannender dan dat ik het bedoel. Drie dagen zonder kinderen gaf mijn vrouw namelijk de kans om drie dagen 'op pad' te plannen voor haar werk. Toen de maandag in mijn Outlook binnen kwam heb ik die geaccepteerd. Dinsdag ook maar, vooruit... Maar bij de woensdag ben ik in verweer gekomen. Met een daadkrachtige en ferme muisklik heb ik een weigering verstuurd. Kom zeg. Naast mij op de werkkamer klonk een schuldbewust 'o ja...' en ter plekke hebben we bedacht de maandag voor onszelf in te plannen.

Meer groen van de laatste tijd. Een probeersel van vuurvliegjes. Door net te laat te zijn had ik de 'piek' gemist en waren de aantallen alweer flink dalend. Een mooie oefening voor volgend jaar!


Wat te doen met zo'n vrije dag? We hebben wel eens een 'monumentalebomendag' voor onszelf georganiseerd. Een weergaloos succes, al zeggen we het zelf. Zoiets kunnen we weer gaan doen. Maar dan anders. Het onderwerp voor deze dag kwam mijn vrouw mee aan: boomkikkers. Jarenlang heeft dit beest, zij aan zij met de ijsvogel, bovenaan haar verlanglijstje gestaan. Die laatste heeft ze de laatste jaren al een aantal keer gezien, dus de kikker bleef over. Via via hoorde ik van een potentiele leefomgeving van deze kikkers. Alles wat we nu nog nodig hadden was een zonnetje op de maandag. Alsof dat zo eenvoudig is in de zomer van 2021. Duimen maar.

Meer groen van de laatste tijd. Een slootje dicht bij huis. Een waar kikkerconcert met tientallen kikkers. Wat een geluid!


Eenmaal aangekomen waren het vooral wolken die te zien waren. Zuiver droog was het trouwens ook niet. Na bijna de handdoek in de ring te hebben gegooid heb ik een spontane ingeving gevolgd. Een zuidoost georiënteerd bosrandje trok mijn aandacht. Als ik een boomkikker geweest zou zijn dan zou ik dáár gaan zitten. Inmiddels brak ook de zon door en dat gaf mij nieuwe moed. Dit moest toch gaan lukken! Na lang speuren had ik echter nog steeds niks gevonden. Op mijn afdruipende wandeling terug langs het struweel ben ik echter gewoon blijven kijken en zoeken. En inééns zag ik me daar toch een mooi kikkertje zitten! Niet groter dan een duimnagel en in de meest fantastische tint groen. Geweldig! Snel roep ik mijn vrouw en samen vinden we er al snel nog een aantal, waaronder een 'hele dikke unit': een volwassen exemplaar. Ongeveer zo groot als een groene kikker. Helaas voor een foto onbereikbaar, maar wel mooi om te zien.

Als je het weet, zie je het. Perfect gecamoufleerd en klein als wat. Een jong boomkikkertje in een braamstruweel.


Voorzichtig fotografeer ik steeds wat dichterbij. Rustig aan, zoals altijd. De beestjes blijven lekker zonnen en lijken zich niet te storen aan mijn aanwezigheid. Vanwege dat felle licht heb ik eerst maar eens een polarisatiefilter op mijn macrolens gedraaid. De vochtige delen van de kikker schitteren namelijk als smaragd in de felle zon. Niemand houdt van uitgebeten delen in een foto. Doordat ze zich ophouden in een braamstruweel is het ook nog best lastig een rustige compositie te vinden. Er zit altijd wel een contrasterend takje vóór of een afwijkend blaadje achter. Lukt het bij de ene niet, loop ik weer naar de ander. Verstoren is het laatste wat ik wil en ik heb met mezelf afgesproken niet te gaan 'tuinieren'.

Kikkertjes die niet 'vrij' zitten bieden ook een kans. Maak er het beste van zonder de situatie te forceren.


Volharding loont. Dit kikkertje zit er eindelijk mooi bij! Het geprik van bramen en brandnetels neem ik voor lief. Op dat moment. Achteraf niet hoor. Wat een venijnige exemplaren zeg! De rest van de dag en avond geniet ik van tintelende ledematen. Een statief is uit den boze, die krijg ik niet dichtbij genoeg opgesteld zonder de vegetatie geweld aan te doen. Het is een kwestie van voorover leunen, ongemakkelijk voorbij je evenwicht, zweet in je oog wegknipperen, netels negeren, scherpstellen en afdrukken in de burst-mode. Van alle foto's die ik maak is er gelukkig een aantal scherp op de juiste plek: het oog. Gaaf. Dat viel niet mee omdat ik perse op f/2.8 wilde fotograferen voor maximale zachtheid in de onscherpe delen. Met een dergelijk diafragma en deze vergroting is er de scherptediepte echt minimaal.

Altijd lekker als het lukt om de foto te maken die je in je hoofd had. Op f/2.8, 1/500e en iso640.


De dag is nog maar half oud en nu al een succes. De zelf opgelegde druk is van de ketel en dat doet goed. Onder het genot van een warm en platgedrukt, zelfgesmeerd broodje plannen we de rest van de dag in. Er zijn Kleine ijsvogelvlinders in de buurt gezien, misschien daar maar eens een kijkje nemen. Misschien lacht het geluk ons ook daar toe. Om er te komen moeten we door een natuurgebiedje lopen, dat op zichzelf al dubbel en dwars de moeite waard is. Het is geweldig rustig en we wanen ons bijna alleen. Héérlijk na al die maanden van drukte in de natuurgebieden om ons heen. De drommen zijn gelukkig weer richting winkel en terras en de natuur zucht bijna hoorbaar van verlichting.

Gefotografeerd op een heel ander plekje en tijd, maar óók heerlijk rustig: een vliegende Smaragdlibel. Een groene libel in een groene omgeving. De oranje vlekjes onderin zijn overigens (uitgezette) goudvissen die het bijzonder goed doen hier.


De wind steekt de kop op en in het bos doet het meer aan herfst denken dan aan hoogzomer. Het voelt niet bijzonder vlinderkansrijk. Op het plekje aangekomen, een soort bomenlaan, zien we vooral heidelibellen en citroenvlinders maar van ijsvogelvlinders nog geen sprake. Dat geeft ons de rust om eens in de soort te duiken. Houdt zich vaak op hoog in de bomen en komt in de ochtend naar beneden om zich te voeden aan rot fruit en/of mest. Ok, vandaar dus. Is niet erg, de dag kan al niet meer stuk. En dan toch na een klein half uurtje. Deze keer is het mijn vrouw die als eerste de witte walvis ziet. Twintig meter verderop is een vlinder geland en met behulp van de telelens ontwaar ik de soort: kleine ijsvogelvlinder! Wanneer hij opvliegt is het een leuke waarneming maar een hopeloze foto. Helaas. Toch overheerst het gevoel dat het 'gelukt' is.

Nog meer groen van de laatste tijd: de Grote groene sabelsprinkhaan. Dit beest geeft groen een nieuwe dimensie. Zó groen. Met vleugels waar menig vliegend insect nog een puntje aan kan zuigen.


Teruglopend door de laan is het geluk wederom met ons. In de door boomkronen gefilterde zonnestralen danst een vlinder op het bospad. Deze dans voelt niet bekend en gelijk weten we dat het een ijsvogelvlinder betreft. Grappig dat je aan dat soort zaken een vlinder kunt gaan herkennen. Hobbydeformatie, zoiets. Het dier heeft op een blaadje in de onderbegroeiing een prooi gelokaliseerd. Een drolletje. Ja, heus. Een klein drolletje. Hebberig als de vlinder is geniet hij onverstoorbaar van de geneugten die het poepje vrijgeeft. Ik kan steeds dichterbij komen en ook al zie ik de vlinder twijfelen, hij kan zijn prooi niet laten gaan. Het is donker daar, op dat plekje. Toch draai ik mijn diafragma iets dicht voor voldoende scherpte en terwijl ik de vlinder instructies geef voor de pose die hij dient aan te nemen voel ik weer dat geprik in armen en benen. Het recept van vanmorgen dient zich weer aan. Leunen, zweten, negeren. Ik ken het onderhand wel. Keep on keepin' on. Komt goed. En dat komt het ook. Ik heb de vlinder getemd en gewillig laat deze zijn mooie kant zien. Net op tijd. Nét voordat hij opvliegt en in de spots van zonlicht verder het bospad afdanst. Hebbes!


Kleine ijsvogelvinder met prooi. In het groen, uiteraard. Groen van braam en brandnetel. Au, alweer au. Op f/3.5, 1/250e en iso2500.


Van groen krijg ik nooit genoeg. Ik weet het zeker. Voor groen heb ik levenslang gekregen. Comfortabel schik ik me in mijn lot. Groen is altijd en overal en zal me nooit vervelen. Jaren geleden maakte ik al eens voor de grap een samengestelde foto van alle groene dingen in en om het huis. Als ik zou willen zou ik die zo weer over kunnen doen, ik denk alleen dat ik er nóg langer over zou doen dan toen. Één groot verschil: de groene auto heeft plaatsgemaakt voor een groene mountainbike. Een exemplaar dat ik natuurlijk niet om de opties heb uitgezocht maar om de kleur. Wat dacht jij dan...

Groen moet het zijn! Ook jaren geleden al. Groen moet je doen. De mooiste kleur van allemaal.


Bijna boven op de Col du Parpaillon (2.780m.). Een klim van bijna 27km tegen 6.8% gemiddeld stijgingspercentage. Goed te doen hoor, als je mountainbike maar groen is.




223 weergaven

Recente blogposts

Alles weergeven

De Muze