• Chris Ruijter

De Muze


Vaak is het in november dat het gebeurt. Heel soms nog eerder. Of gebeurt het in december alsnog. Net als Sinterklaas, Kerst en Oud en nieuw is dit moment voor mij een jaarlijks terugkerend fenomeen. Het betreft een fenomeen waar ik vrijwel niets aan kan doen. En waar ik ook niet direct op zit te wachten. Ook daar is overigens een gelijkenis met die klassieke decemberfeesten te trekken. Een paar jaar geleden had ik het heel zwaar te pakken en sprak ik tot mijn vrouw de inmiddels, bij ons thuis, legendarische woorden: 'wat is Kerst? Kerst is niks!?' Begrijp me niet verkeerd, ik hou er van hoor. Maar het overkomt me altijd zo. Of ik het nu wil of niet. Parasol en zwembroek zitten amper in de kast en tot je stomme verbazing struikel je in de supermarkt alweer over pepernoten, chocoladekransjes en andere ongein. Is het nu alweer september dan? Maar....vorige week zwommen we nog in de recreatieplas? Toch? Of is dat alweer twee weken geleden? Ik weet het niet meer. Het doet er ook niet toe. Niet meer. De tijd gaat hard. Óngelooflijk, razend kei- en knetterhard. En voor je het weet is het weer zo ver...


Op het moment van schrijven zit ik er dus middenin. Het jaarlijks fotografisch lage pitje. De tijd waarin mijn fototoestel stof staat te vangen en ik eerlijk moet toegeven dat ik niet zo goed weet of al mijn accu's wel zijn opgeladen. Mijn fototas? Geen idee eigenlijk. De periode waarin mijn hobby me zorgelijk minder boeit en ik liever op zaterdag langs de lijn sta bij mijn zoon en mijn dochter graag naar streetdance breng. Nou, die episode dus, daar zit ik middenin. Liefkozend noem ik haar: De Dip. Liefkozend? Ja, klopt, u leest het goed. Liefkozend. Ik nestel mij in weerzin en lamlendigheid tegenover hetgeen ik de rest van het jaar zo passievol bedrijf. Ik laat onverschilligheid en nonchalance als een warme deken over me heen vallen. Heerlijk. Op de bank. Met Netflix. En een glas whisky. Ik leg u uit hoe het zit.

Zou dit kleine diertje ook in een dipje zitten? De gelijkenis met mezelf op de bank met Netflix is snel gemaakt.


In voorgaande jaren kwam zij ook voorbij. Steevast. En elk jaar wanneer De Dip zich aan mij openbaarde en ik haar, telkens onverwacht, recht in haar duivelse ogen aankeek was het resultaat bij mij: paniek. Blinde paniek. Ik ken mezelf namelijk helaas maar al te goed en ik weet hoe dat gaat met hobby's en ondergetekende. Een paar jaar intensief en keihard hobbyen en ik heb het wel weer gezien. Zo ging het al met Ferrari's sparen toen ik jong was. Niet veel later met mountainbiken hetzelfde liedje. Met wielrennen daarna. En met hardlopen. Telkens als ik het 'kunstje' ken en de nieuwigheid er af is dan verliest het al snel mijn interesse. En nee, dat vind ik absoluut niet leuk. Maar het ís wel zo. En dat weet ik. Het is precies die paniek, dat gevoel, dat De Dip in mij doet opborrelen. Zo pijnlijk en tegelijkertijd ietwat schaamtevol herkenbaar. Opgeven. Het gevoel van het moment net voordat je er écht mee ophoudt. Het moment dat de fiets richting wilgen en de hardloopschoenen met aaneengeknoopte veters om de bijbehorende tak gaat. De angst. En de paniek dus. Dat het eindig is.

Groot Kroosvaren achter bij ons in de sloot. Schoenen uit en het water in. Daar heb je geen inspiratie voor nodig.


Een aantal weken geleden voelde ik aan mijn botten dat het weer bijna zo ver was. Weldra was het tijd. Het kon nooit lang meer duren voordat ik mijn aartsvijand weer in de bloeddoorlopen ogen zou moeten aankijken. Zou ik dit jaar bij machte zijn mijn mannetje te staan wanneer ik haar tegen het vuige lijf zou lopen? Zou ik de verleiding kunnen weerstaan met haar mee te gaan op dat duistere pad der angst en paniek? Wat zou mijn tactiek zijn? Haar gewoon maar niet aankijken? Struisvogelpolitiek bedrijven? Dat ging niet lukken. Haar bestaan ontkennen zou geen zin hebben. Haar onder ogen komen was onvermijdelijk. Ik kon mezelf alleen maar afvragen hóé ik haar onder ogen zou komen...

De Ransuil. Foto van een tweetal weken terug. Toen voelde ik het al aankomen!


Want als ik de afgelopen jaren íéts heb geleerd van mijn ontmoetingen met De Dip is dat er ook altijd weer een einde komt aan die periode. Er gebeurt altijd wel weer iets spannends en er komt altijd wel weer iets op mijn pad dat de moeite waard is. Als een beer die ontwaakt uit zijn winterslaap lukt het me elk jaar toch weer gewoon om uit die donkere tijd te komen. Al meer dan 10 jaar! Dus waarom zou ik nog in paniek raken? Vanwaar die angst? Is dat wel nodig? Het enige dat ik zou moeten doen is die feeks op waarde schatten. Voorbij haar lelijke smoelwerk kijken en haar zien voor wat ze eigenlijk is. Had ik dit monster eigenlijk wel eens goed bekeken? Zou het kunnen zijn dat...heel misschien, als je goed genoeg kijkt, dat ze helemaal niet zo lelijk is...en minder eng? Haar rode ogen slechts een verkeerd ingeflitst moment? Haar vuige lijf slechts een overblijfsel van haar 11 maanden durende winterslaap? Zou dit serpent misschien ook...mooi kunnen zijn?

Op vakantie met het gezin in het bos krijg ik tóch mijn fototoestel nog uit de tas. Dat hij überhaupt mee was...


Welnu, ik heb het beest getemd. En ze is prachtig, moet u weten. Dit jaar heb ik de tijd genomen en haar van alle kanten eens goed bekeken. Geanalyseerd. Ontleed. Figuurlijk gesproken uiteraard. En wat ik zag beviel me eerlijk gezegd wel. En dat heb ik haar ook gezegd. Meid, wat ben je monsterachtig mooi. Wat een beetje liefde al niet kan doen. Voor mijn ogen voltrok zich een transformatie waar menig libellenlarve nog een puntje aan zou kunnen zuigen. Voor het eerst zag ik haar ware aard. Wauw. Mijn ogen zijn geopend. Haat en afschuw hebben plaats gemaakt voor liefde en respect. Ik hou van haar. Of ze ook van mij houdt weet ik niet maar ik verwelkom haar met open armen. De Dip. Mijn muze. Beschermgodin van kunsten en wetenschappen. Ze brengt mij reflectie, inspiratie en nog tal van woorden die eindigen op -ie. Ze laat mij genieten van een moment van rust. Voor mezelf én voor mijn inmiddels enige overgebleven hobby.

Deze poppen van de Koninginnepage houden winterrust. Zo voel ik me nou ook een beetje. Rustig wachten tot het moois weer komen gaat.



Draadwatjes. Ieniemienie-slijmzwammetjes die op dood hout groeien. Een foto van net vóór De Dip.

217 keer bekeken

© 2020 Chris Ruijter