• Chris Ruijter

De Vogelaar


Vogels. Ik heb het al eerder gezegd. Ik heb er niet zo veel mee. Geloof ik. Met name omdat ze mij véél te snel zijn. En te schuw. En te saai. Meningen, natuurlijk. En omdat ik niet zo veel met vogels kan. Over het algemeen. De arme beesten kunnen er dus eigenlijk niks aan doen. 'Het ligt niet aan jou, het ligt aan mij' denk ik dan ook tegen menig vogel. Voor mij geen Buidelmees of Notenkraker, hoe mooi en bijzonder ze ook zijn. Ik ben daar gewoon niet de fotograaf voor. Houd ik mezelf voor. Dat is lekker makkelijk, want dan hoef ik het ook niet te proberen en kan ik dus ook niet kansloos-falen. Daarnaast heb ik het gevoel dat ik weinig toe kan voegen aan al het vogelgeweld dat dagelijks via de sociale kanalen op mij afkomt. Nee Chris, hou jij je nu maar lekker bezig met kleine beestjes. Daarvan weet je inmiddels enigszins hoe je dat moet aanpakken. Héérlijk, die comfort-zone. Als een warme deken over je heen. Home is where the heart is.


Echter. De laatste tijd verloochen ik mijzelf. Wie ben ik? Wat doe ik nou? Wat is er aan de hand? Terugkijkend besef ik dat het begon met die vermaledijde uilen. Eerst de ransuil, daarna ook nog de bosuil. Man. Geweldig mooie klere-beesten zijn het. Op slag verliefd, als was in hun vlijmscherpe handen. Het was even wennen, maar uiteindelijk voelde het toch wel goed. Vogels. Op de foto. Mijn foto. Normaal gesproken doe ik flink onderzoek naar wat ik wil gaan fotograferen. Ik ken de beesten al voordat ze mij kennen. Zo weet ik wát en hoe ik mijn foto's wil maken. Met de uilen heb ik dat niet gedaan. Wel betreffende hun leefwijze en allerlei andere biologische, fotografisch nutteloze feitjes, maar niet naar hoe anderen deze dieren op de foto zetten. Pure angst zeg ik u. Bang om geïntimideerd te worden door wat ik zou zien heb ik mijn kop in het zand gestoken en ben volledig vogelvrij gaan fotograferen. Wat zou het?

Ransuil-in-conifeer. Dat valt niet mee om ze een beetje 'vrij' te krijgen.


Zo ben ik laatst voor de zóveelste keer ransuilen gaan fotograferen. Weliswaar op een andere locatie, maar toch weer vogels. En het was wéér leuk. Deze keer roestten ze in een grote conifeer. Het uilenvrouwtje bij wie de grote Taxus in de tuin stond was alleraardigst en wist te vertellen dat deze dieren al zo'n 12 jaar lang op bezoek komen. Elk jaar. Van oktober tot april. In die periode braakballen ze de héle voortuin onder. De smeerlappen. Om van de flatsen nog maar te zwijgen. Beesten zijn het. Met recht. Mevrouw vindt het overigens niet erg. In het voorjaar harkt ze eenmalig haar voortuin schoon en vult de groene bak met de overblijfselen van tienduizenden muizen. We hebben geteld; 5 schedels per bal. De braakballen zijn overigens vaak onderdeel van een les op de basisschool wist mevrouw Ransuil te vertellen. Daarop is ook mijn vrouw de dag erna terug gegaan om een zakje vol van het grijsbonte goud te delven. Ik kom die dag thuis en de ballen liggen als versgebakken koekjes tentoongespreid op de bakplaat. Wat hou ik toch van haar.


Tot overmaat van ramp vind ik mijn 'eigen' bosuil die dag. Een uiterst grappig, maar o zo schuw uiltje. Ik geniet met volle teugen. Waar moet dat toch heen met mij. Ik weet niet of dit nog wel goed komt...

Zélf gevonden, dit ontzettend schattige Bosuiltje!


Afgelopen zaterdag is het wanneer ik een welbekende 'pling' hoor van Facebook Messenger. Een bevriende fotograaf vraagt in de 'groepsapp' (volgens mij is er nog geen alom geaccepteerd woord voor een gesprek-met-velen van Facebook Messenger?) of er iemand zin heeft om 'naar de spreeuwen' te gaan kijken. Spreeuwen. Nou dat weer. Gelukkig hoef ik geen excuus te verzinnen want ik heb er al eentje. We gaan eten bij zwager en schoonzus. Gelukkig. Maar ho, wacht eens eventjes. Ik merk dat ik, in plaats van een excuus te verzinnen om niet naar de spreeuwen te hoeven gaan, onbewust een heel ánder excuus aan het verzinnen ben. 'Sorry lieverd, het is alléén vandaag!' 'Ja maar, andere dagen kan ik helemáál niet' 'Ja nou luister eens, het is ook míjn weekend hoor' 'Ik ben de hele week al zó druk met werken!' Enigszins geschrokken laat ik die gedachten maar voor wat ze zijn. Het ontstane binnenpretje-met-giecheltje dat stiekem zijn weg naar buiten vindt houd ik ook maar voor mezelf.


Kleinere groepjes voegen zich samen met de grotere groep.


Maar goed, het zaadje was geplant. Spreeuwen. Ik ken mezelf, ik weet inmiddels hoe dat gaat. Ik ga er heen. Deze week nog. Kwestie van omheen-plannen. Het komt goed uit dat ik woensdagochtend een projectbezoek heb ik Hilversum. De waarheid ontwijkend leg ik aan mezelf uit dat ik 'over de spreeuwen heen' dan weer naar huis kan gaan en dat dat helemaal niet zo ver omrijden is. Ik trap er graag in. Na de rest van de middag in een La Place bij Nieuwegein te hebben gewerkt stap ik rond 16:00 uur vol goede moed in de auto en toog richting spreeuwen. Een vriendin is er al en meld me dat het nog lekker rustig is. Goed zo. Ik weet namelijk niet hoe ik omga met het welbekende beeld van honderd-fotografen-op-een-rij-die-allemaal-hetzelfde-schieten. Maar goed dat ik me daar nooit echt een mening over heb gevormd, want het blijkt gewoon hartstikke gezellig. Oude bekenden en nieuwe gezichten met allemaal dezelfde passie.


De enorme zwerm spreeuwen danst in de lucht.


Opeens, voor mij althans, verstomt het gekwebbel en vindt iedereen dat het 'tijd' is. Dat wordt ook daadwerkelijk uitgesproken. 'Ja, het is tijd' hoor ik letterlijk. Tijd? Waarvoor dan? Ik ben verbaasd, want ik heb nog geen spreeuw gezien. Laat staan een hele zwerm. Maar het is blijkbaar tijd. Tijd om een plekje te zoeken. Iedereen krijgt spontaan last van nesteldrang en de gelederen spatten uiteen. Het vergelijk met hetgeen we straks in de lucht gaan zien is snel gemaakt. Enigszins onbeholpen blijf ik maar een beetje staan waar ik al stond. Weet ik veel. Zal wel goed zijn, toch? En dan gaat het heel snel. Terwijl ik me net beseft heb dat ik misschien maar wat korters op mijn camera moet draaien dan de 150-450mm komen vanuit alle hoeken van het landschap groepjes spreeuwen aangevlogen. Zonder moeite vinden ze elkaar in de verte boven de bomen en beginnen aan hun 'dans'. De ene keer wat verder, de andere keer wat dichterbij. Ik blijf wisselen tussen tele- en standaardlens. Het is een heus schouwspel! Niet gehinderd door enig verstand van dit fenomeen begin ik maar te schieten. Dat doet iedereen, hoor ik, dus ik volg. Het gekletter van de spiegels doet me beseffen dat 'spiegelloos' nog wel wat terrein te overwinnen heeft. Pas later pas besef ik dat het mooiste toen nog moest komen, maar dat is het genot van digitale fotografie. Maakt niet uit joh!


Menig spreeuw stort zich vanuit de grote groep naar beneden richting slaapplaats.


De 'flortjes' spreeuwen blijven komen maar ik merk dat er nog een fenomeen aan de hand is. 'Nu al?' hoor ik om me heen. 'Nee niet doen!' Sommige spreeuwen landen in de bomen om te gaan slapen. Nu al ja. Dat 'landen' is overigens nogal een zwaar woord om te beschrijven wat ze doen. Noem het eerder maar 'storten'. Met een snelheid waar een slechtvalk jaloers op zou zijn storten hele groepen vogels zich in de bomen. Als bakstenen vallen ze synchroon uit de lucht. Eenmaal geland, zie je ze niet meer. Toch blijft het overgrote deel van de vogels gelukkig nog in de lucht en dansen nog verder. Héél even nog. Er is nog licht. Het kan nog net. Het onvermijdelijke wordt nog héél even uitgesteld. Ik hoor nog iemand joelen in de verte vanwege een vorm in de lucht, maar dan. Dan is het toch echt over. Zo snel als het begon, is het ook weer afgelopen. De kleur is weg. Het licht is weg. En de vogels zijn weg. Mijn handen zijn koud maar van binnen ben ik warm. Nog nooit had ik zoiets gezien, laat staan meegemaakt. Ik heb genoten van dit spektakel in de lucht. Achteraf hoor ik dat het deze avond kleiner en rustiger was dan de dagen hiervoor. Dat kan de pret bij mij niet drukken. Dit was mijn avond en dit zijn mijn foto's. Die diep verstopte vogelaar in mij is weer even gevoed. Openlijk hoop ik dat hij nu weer even onder het oppervlak blijft. Stiekem mag hij misschien gerust wat vaker boven komen drijven...

192 keer bekeken

© 2020 Chris Ruijter