• Chris Ruijter

Een uiltje knappen


Al jaren prijkt er bovenaan mijn most-wanted lijst een bijzonder dier. Bijzonder omdat het een dier is dat je misschien minder bij mij zou verwachten en bijzonder omdat het, voor mij althans, een dier is van mythische proporties. Ze bestaan gewoon niet. Nee echt niet. Anders had ik ze toch allang een keer gezien? Ja ik weet het, ze zéggen dat ze bestaan, maar 'ze' zeggen zoveel. Ook heb ik er echt wel foto's van gezien, en mooie ook, maar toch, ik trap er niet in. Dit beest bestaat voor mij alleen in de films van Harry Potter en ja, misschien vroeger, de Fabeltjeskrant ook nog. Deze vreemde eend in mijn bijt is misschien voor veel natuurliefhebbers een algemene verschijning en in die zin niet heel bijzonder. Voor hen. Voor mij echter is dit fabeldier niets minder dan de heilige graal. De 'hors categorie' onder de macrofotografen. Een uil. Huh, wat? Ja echt, u leest het goed. Een uil.


Één keer eerder heb ik een uil mogen fotograferen. Tijdens een magistrale zonsondergang, bij mijn ouderlijk huis. Het was perfect. De kleuren in de lucht. De locatie. Het feit dat ik mijn camera überhaupt bij me had. Een prachtplaat, al zeg ik het zelf. De specifieke soort heb ik tot op de dag van vandaag niet kunnen achterhalen maar één ding weet ik wel. Hij was van plastic. De foto is een grap. Dat ding staat sinds jaar en dag op een paal bij de inrit. Dus: nog steeds géén uil. Je kunt dus wel zeggen: ik zou graag eens een echte, wilde uil fotograferen. Ik denk dat u dat inmiddels wel begrijpt.

Leuk hoor, maar die uil, die is nep!


Dit voorjaar kom ik in contact met ene Danny Slijfer, een vriendelijke fotograaf hier uit de buurt (kijk eens op zijn site, dat is meer dan de moeite waard!). Net als ik is hij behoorlijk lyrisch over libellen en ik zie veel fraais voorbij komen op zijn tijdlijn. Hij plaatst een high-key benadering van een halve-libel-met-vleugel op social media en ik snap wat hij daarmee bedoelt. Echter, eigenwijs als ik ben, denk ik dat ik dat beter kan en hem daarbij zou kunnen helpen. Toffe peer als hij is, reageert hij enthousiast op mijn vraag en het rauwe bestand komt al snel via de mail. Gelukkig kan hij mijn brutale actie waarderen en reageert hij positief op 'mijn' bewerking van zijn foto.

Links het origineel van Danny (met toestemming), rechts mijn bewerking van zijn plaat. Uiteindelijk kozen we zelfs voor een alternatieve foto van hetzelfde moment.


Gelukkig blijven we na mijn, misschien wel enigszins arrogante actie, vriendjes van elkaar op de sociale kanalen en regelmatig zie ik veel fraais voorbij komen. Hij is goed bezig het afgelopen jaar en waar ik me vooral richt op macro, heeft hij een veel bredere interesse. Verfrissend! Half november zie ik dan opeens iets voorbij komen waar ik toch wel likkebaardend naar zit te kijken. Ransuilen. Prachtige foto's van Ransuilen. Mijn hart ligt op mijn tong en ik zeg wat ik er van vind. Dit keer niet dat 'ik het begrijp maar anders zou doen' maar gewoon, heel eerlijk, dat ik het schitterende foto's vind van een al even schitterend dier. Dan gaat het ineens heel snel. Of ik komend weekend tijd heb om even heen te gaan. Nee, helaas, Sinterklaas en de verjaardag van mijn pa gooien roet in het eten. Vrijdag dan. Gelukkig heb ik werk waarbij ik redelijk spontaan verlof op kan nemen, maar vrijdag is er een deadline! Arrgghh! Nou, vandaag dan! Ik heb op donderdag mijn vaste 'papadag' en ook hij is vrij, hoor ik. Het plan is zéér snel gesmeed en binnen het uur zit ik in de auto. Ik kan het nog niet echt bevatten. Uilen! Ze zijn vast gevlogen, dat weet ik zeker, maar ik zou het mezelf nooit vergeven als ik dit niet probeer!

Die zou ik dus stráál voorbij gelopen zijn. Diep verborgen in deze boom houden zich een stuk of 5 Ransuilen op.


Ik ben als eerste op locatie. Aangekomen stap ik onwennig en tandenknarsend uit de auto. Vogels. Gelukkig ben ik sinds een aantal weken in het bezit van een goede telelens, dus daar gaat het niet aan liggen. Ik kijk wat om me heen. Niemand op straat. Geen teken van leven. Ik durf niet zo goed in de bomen te kijken. Ik voel me als een bang kind na het zien van een enge film dat vervolgens naar bed toe moet. Ik durf geen actie te ondernemen en 'te gaan slapen', dan wordt mijn nachtmerrie vast waar. Géén uilen meer hier. Veel tijd om te piekeren heb ik gelukkig niet, want daar komt Danny aan. Hij is hier eerder geweest en weet waar hij het zoeken moet. En doet dat ook. De lefgozer. Als een wekker die je doet ontwaken uit je nachtmerrie komt er al snel een verlossende zin mijn kant op. 'Daar, en daar, o ja en daar nog één, ja, ze zijn er nog hoor Chris...' Verbouwereerd weet ik niet zo goed hoe ik daarop moet antwoorden. Eerlijk gezegd geloof ik het nog steeds niet echt!

Het is écht waar! Ze bestaan! Wie had dat gedacht! Iedereen, Chris, waarschijnlijk iedereen.


Dan volgt nu even een wat nerdy en technisch intermezzo. Voor degenen die dit niet zo interessant vinden: pak even wat koffie of thee, we gaan zo weer verder met de inhoud. Dus. Ik zet mijn camera aan en kies mijn 'favoriete standje'. Standje TAv. Doet het bij libellen ook altijd goed, dus waarom niet bij deze vliegbeesten? Deze stand is inderdaad een combinatie van de veel bekendere T(S) en A standen die je op veel camera's vindt. Je stelt de benodigde waarden van sluitertijd en diafragma in en de lichtgevoeligheid staat dan op automatisch. Het plafond van deze 'auto-'ISO-stand stel je van tevoren in en zo zorg je ervoor dat de camera zelf mag kiezen: maar tot hier en niet verder. Deze vooraf ingestelde waarde staat bij mij vanaf het moment dat ik mijn huidige camera heb op ISO 10.000. Dat lijkt schrikken, maar in de praktijk valt dat gelukkig alles mee. Daarnaast, niet onbelangrijk, liever een foto met wat meer ruis, dan een bewogen foto, want daar is vaak in de nabewerking vrij weinig meer aan te doen. Bent u er nog? Nou, viel gerust mee toch.

ISO 10.000? Niet schrikken, geen probleem hoor. Links een 100%-crop van de originele RAW, zonder ruisreductie, rechts 'mijn' versie van de gehele foto.


We vinden steeds meer Ransuilen in de bomen hier op deze gekke plek. Wat een bizar toffe beesten zeg. Soezend en doezelend zitten ze bewegingsloos op hun tak. Onverstoorbaar doortukkend en zich van vrij weinig wat aantrekkend. De ene uil is wat donkerder, de andere weer wat witter van kleur. Ik ken dat wel bij buizerds maar bij uilen wist ik dat niet. Ook niet zo vreemd, ik had nog nooit een uil gezien! Laat staan 25. Ze zitten flink verscholen achter het gebladerte maar door de invallende kou van afgelopen week en de genadeloos voortschrijdende herfst hebben de meeste bomen toch al wel een aardig jasje uit gedaan. Dat scheelt. Als je goed positie inneemt is het mogelijk leuke 'venstertjes' te creëren waardoor je de schijnbaar aaibare beesten heel leuk kunt platen. De herfstkleuren van de meer vasthoudende bladeren zijn overigens een waar feest daarbij. Het liefst zou ik het plantsoen inlopen ónder de boom voor een beter schootsveld, maar dat doe ik niet. Ik verplaats mezelf in de bewoners hier en kan me voorstellen dat dergelijk gedrag niet echt gewaardeerd zou worden. Dat kun je op je klompen aanvoelen natuurlijk en snapt ieder weldenkend mens. Toch vinden twee inmiddels aangefietste vrouwen van middelbare leeftijd het nodig om juist dat wel te doen waarvan ik net had besloten het niet te doen. Zonder pardon banjeren ze het keurig onderhouden plantsoen in. We vragen ze of ze dat misschien niet zouden willen doen vanwege plantsoen-fatsoen, respect voor de bewoners hier en legio andere mogelijkheden om stelling in te nemen voor een foto. Dat willen ze niet. Het verweer luidt: 'ja maar, wij hebben niet zo'n lens zoals jullie, dus wij moeten wel'. We laten het verder maar voor wat het is...

Liever een ander standpunt, maar dat gaat nou eenmaal niet altijd. Voor mij dan. Voor anderen blijkbaar wel.


Ook van wat verderaf kan ik mij ei wel kwijt. Danny vindt een onbereikbare hoge berk met daarin een paar uilen en in zo'n situatie kun je mooi de omgeving er wat meer bij betrekken. Dat klinkt heel wijs als een keuze, maar het is omdat je wel moet. De vrouwen verderop zouden waarschijnlijk zo de tuin zijn ingelopen maar ik voel me hier prima wat verder weg. De wind steekt op en het scherp krijgen van de uil valt niet mee. In het veld nog wel, dacht ik, maar achteraf zeer zeker niet. Van alle foto's die ik maak van deze situatie is er eigenlijk maar één die de test doorstaat. Een goeie les voor de volgende keer. Ik vergeef het mezelf al snel. Ik ben een groentje als het op vogels aankomt! Toch zijn de omstandigheden verre van ideaal. Het is grauw, er is weinig licht en het waait dus af en toe flink. Ook voelt het alsof het elk moment kan gaan regenen. Nou, ze doen hun best maar daarboven, mij krijgen ze hier voorlopig niet weg. Het enige niet waterdichte is mijn kleding dus kom maar op!

De wind rukt aan de berk en de uil kijkt toch maar eens even of het allemaal wel goed gaat. Huh? Wie zijn dat?


Dan ineens valt het me op dat er onder de bomen naast héél veel witte flatsen ook veel uilenballen liggen. Als je niet beter zou weten, zou je al snel de hond en zijn baas de schuld geven. Nee, ik heb daar geen foto van gemaakt, wees niet bang. Ook heb ik er geen mee naar huis genomen om uit te pluizen. Dat hebben we hier afgelopen voorjaar al eens gedaan thuis met de braakballen van een Kerkuil (blijkbaar, ik heb de uil zelf weer niet gezien!) en was naast grappig vooral maar heel erg kort interessant. Ze liggen in de kast, nog steeds, te wachten op een warm badje en wat kindervingertjes om hun geheimen prijs te geven.

Zo zie je geen uil heel je leven, en zo zie je er twee naast elkaar. Nummer drie werkte niet mee in de compositie. Wat een rijkdom!


De tijd gaat snel als je het naar je zin hebt en dat blijkt ook vandaag weer eens een understatement. Ik schiet me suf, maar voor ik het weet is het alweer tijd om te vertrekken. Drie huilende kinderen en eenzelfde aantal boze juffen zouden mijn humeur nu zelfs niet kunnen verpesten, maar ik kies er toch maar voor om te vertrekken richting schoolplein. Het blijkt toch echt bedrieglijk dichtbij en ik heb zelfs tijd over! De eerste slachtoffers zijn een paar bevriende ouders. 'Of ik nog wat leuks gedaan heb vandaag'. Ze vragen er zelf om. Ik begin met praten en hou niet meer op. Ik struikel bijna over mijn eigen woorden als ik in al mijn enthousiasme vertel wat ik zojuist heb meegemaakt. Ze kennen me gelukkig een beetje. Dit soort monologen ontstaat namelijk wel vaker op de donderdagmiddag op het schoolplein. Twee van mijn drie kinderen willen 'afspreken' en onze jongste gaat lekker mee naar huis. Onder het genot van een koekje en wat ranja schuift papa samen met dochterlief zijn SD-kaartje in de computer. Vlug kies ik een beeld uit dat representatief is voor mijn middag en open het op het beeldscherm. 'Hé, papa, een uil!' klinkt het. Zalvende woorden voor mijn oren. Opgelucht besef ik dat als het aan mij ligt er gelukkig niet nóg een generatie op zal groeien die denkt dat deze dieren tot het rijk der fabelen behoren...

Héél af en toe oplettend en alert...


...maar meestal duttend. Je bent overgeleverd aan wat de uilen je willen laten zien.


Tot de volgende keer jullie stelletje prachtige beesten!

190 keer bekeken

© 2020 Chris Ruijter