• Chris Ruijter

Beesten in de hak van d(j)e laars


Sociale media. Je houdt er van of je haat het. Op sommige momenten hou ik er écht van. En zo'n moment was afgelopen weekend. Op 1 januari 2015 plaats ik mijn eerste foto op Instagram en sindsdien heb ik veel mensen leren 'kennen'. De beide apostroffen bij het woord 'kennen' zijn niet voor niks. In de regel is het contact vaak oppervlakkig en na een eerste periode van enthousiasme en digitale schouderklopjes rest er niet veel meer dan 'just another follower'. Maar zoals bij elke regel, zijn er ook afwijkingen. Zo af en toe tref je een aantal mensen met wie het serieus wordt. Je raakt aan de digitale praat en na wat voorzichtig aftasten merk je al snel dat je al je fotografische zin én onzin volledig en schaamteloos met elkaar kunt delen. Het is september 2019 en na Londen en Andalusië, treffen we elkaar dit jaar in het zuidoosten van Italië: Puglia!


Het is een echte turbotrip. Zaterdag heen, dinsdag weer terug. Het is niet anders, en het blijkt achteraf, meer dan goed genoeg. Vanaf het vliegveld in Brindisi is het het aaneenschakeling van met lokaal-gevonden-stenen-ommuurde-olijfboomgaarden. Die kunnen we ook prima zien, doordat we door omstandigheden de enige huurauto meekrijgen die nog beschikbaar is: een moddervette BMW-cabrio. Met een kleine 200pk onder de kap. Nuff said. Ook al is het nacht, het dak gaat er af, wat dacht je dan. We verblijven op een klein landgoed (Trullo Callisto), want zo kun je het gerust noemen. In het donker worden we opgewacht door vriendin Jackie, een Engelse, maar veel oog voor haar hebben we niet. Zo gaat dat. En het mooie is, dat is prima. We kennen elkaar. Want we zien boven ons hoofd een niet-nader-te-identificeren-zo-groot als-een-vleermuis-zijnde nachtvlinder rondvliegen. Na wat keihard te hebben rondgezoemd, verdwijnt hij weer in de nacht. O ja, hi Jackie!! How are you!

Klik op de foto voor een 360° van Trullo Callisto!


De volgende dag loop ik vóór de koffie al rond over het terrein. De vlinders en bijen zijn al wakker en ik zie heel wat soorten. Tot mijn grote schrik zie ik ook een libel. Ik had mezelf voorgenomen géén libellen te fotograferen tijdens deze reis. Hou toch eens op. Maar ach, het vlees is zwak en ik ga voor de bijl. Ééntje maar. Ah toe. Nou, vooruit dan maar. Ik gun mezelf dat pleziertje. Het blijkt een Zwervende heidelibel. Ja, die horen hier thuis inderdaad en heten hier vast geen zwerver. Daarna kom ik er achter dat er rond het zwembad een aantal miljoenpoten schijnbaar doelloos rondmarcheert. Ik ben de beroerdste niet en ben best bereid ze voor heel even een doel te geven. Schuivend op m'n buik probeer ik met de camera hun tempo bij te houden. Dat ziet er natuurlijk niet uit, maar door de aard van het gezelschap hoef ik me daar gelukkig geen zorgen over te maken. Niemand die vraagt of het wel goed met je gaat of wat je in hemelsnaam aan het doen bent. Slechts nieuwsgierige ogen naar hetgeen je die manoeuvres voor aan het maken bent.

Wat vocht op de tegels en een zonnetje zijn soms al genoeg om er een leuke foto van te maken.


Op een klein plantje kom ik een kevertje tegen met prachtig rode dekschilden en een metallic groenblauwe kop. Nu heb ik niet zo veel met kevers. Niks persoonlijks hoor, maar ze doen altijd zo moeilijk. Als een kat die acht rondjes draait alvorens te gaan liggen (op de manier waarop hij begon) draait ook deze kever verplicht zijn rondjes en op geen enkel moment werkt hij even mee. Wat een lastpak. Dan ineens gaan de dekschilden omhoog en klapt het beest zijn vleugels uit. 'O, snel, nu een foto maken, voordat hij wegvliegt' hoor ik mezelf denken. Blijkbaar is het weer eens niet helemaal naar de zin van het dier en de vleugels worden weer netjes opgevouwen alvorens het dek er weer overheen gaat. Hetzelfde ritueel wordt nog eens helemaal herhaald. Hier kan de gemiddelde kat nog wat van leren zeg. Kevers. Altijd wat.

Het is áltijd wat met die kevers.


Dan hoor ik een roep vanaf de andere kant van de tuin. Het is Ian, Engelsman en vriend van Jackie, en hij roept met z'n smeuïge Londense accent 'Chris, come quick man, we found a mantis!' Kijk aan, daar kan ik meer mee dan met kevers. Bidsprinkhanen zijn zelden bang, blijven dus lekker zitten én we hebben ze niet in Nederland. Reden genoeg. Ik zie dat de witte achtergrond van de gestucte overkapping lekker veel licht brengt in de afbeelding. Wat ik dan helaas ook zie, is dat ik toch écht even de sensor in mijn camera had moeten schoonmaken. Dat wordt een minutieus werkje in Photoshop...

Deze diertjes vervelen echt nooit. Ook vervelen ze zich echt nooit. Vervellen doen ze dan weer wel. De Europese bidsprinkhaan.


Poetsen maar!


Ik wist dat ik iets vergeten was...mijn sensor is zo vies! Al die vlekjes moeten weer digitaal weggepoetst worden...Poetsen maar!


Voordat we bij de Kolibrievlinder komen, en zonder er verder veel woorden aan vuil te maken, volgt nu eerst een bijzonder kleurrijk intermezzo van een al even bijzonder kleurrijk wantsje.

Waarschijnlijk een soort Prachtridderwants. Alleen de naam al.


Al op het vliegveld in Rome, waar we een overstap hadden, appt Ian ons dat er verschillende Kolibrievlinders op bezoek komen bij het Zeepkruid dat is aangeplant. Één van mijn langgekoesterde wensen op fotografisch gebied is het fotograferen van een Kolibrievlinder in vlucht. Hier in Nederland kom ik ze wel tegen, maar ze zijn ontzettend schuw en vaak na een seconde of tien vliegen ze net zo snel als dat ze de tuin in kwamen alweer weg. Bij dit nieuws ga ik direct in mijn overlevingsmodus en gedachten als 'die zullen wel niet terugkeren als wij er eenmaal zijn' en 'als ze er zijn, zijn ze niet te benaderen' schieten door m'n hoofd. Het is een soort zelfverdedigingsmechanisme dat inschakelt, want als ik het enthousiasme dat mij razendsnel over heeft genomen boven laat komen, dan kan dat alleen maar tot teleurstelling leiden. Vreemd, maar zo werkt het.


De terughoudendheid blijkt gelukkig voor niets. Een stuk of vijf Kolibrievlinders komen in de namiddag steevast op bezoek bij hun favoriete bloemen. Het stukje Zeepkruid ligt mooi in de zon, dus er is licht genoeg om de sluitertijd hoog en de lichtgevoeligheid laag te houden. Ik sleep een parasol en een comfortabele stoel vanaf het zwembad de tuin in en ga er eens goed voor zitten. Het eerste kwartier bestudeer ik de vlucht en de manier waarop de vlinders hun ding doen. Uiterst professioneel en wetenschappelijk probeer ik de mijzelf aangeprate voorstudie te doorlopen. Ja da-haaag. Ik hou het echt niet meer hoor. Ik stel de 100mm macrolens voortdurend handmatig scherp en probeer wat te 'vangen'. Dat valt nog niet mee. Dat had ik ook niet verwacht, dus dat stelt in ieder geval niet teleur! Met de automatische scherpstelling aan gaat het beter. Na een uur neem ik even pauze. Ik drink wat en veeg het zweet van m'n hoofd en camera. Het is hard werken, die hobby van mij. Na de schaft ga ik nog even door maar bij het zien van het aantal foto's dat ik heb gemaakt de afgelopen twee uur, besluit ik, licht geschrokken, maar even te stoppen. Het selecteren van de foto's gaat me waarschijnlijk net zo veel tijd kosten als het maken...







Dat gevoel dat je krijgt als je wéét dat je reis na 1 dag al geslaagd is. Ook al ben je al op de helft. Een vurige wens gaat in vervulling: een Kolibrievlinder in vlucht gevangen.



Het besluit wordt genomen om de volgende dag met z'n allen op pad te gaan. Sowieso geen ramp. Cruisen met je cabrio onder de Italiaanse zon, dat is geen straf. De uitzichten zijn prachtig, evenals de knoeperts van olijfbomen die hier overal staan, en langzamerhand komen we dichter bij ons doel. Parco Naturale Regionale Dune Costiere da Torre Canne a Torre San Leonardo. Volgens mij struikelt zelfs de gemiddelde Italiaan daar nog over als hij het uitspreekt. Gelukkig hoeven we de weg niet te vragen, dus die schaamte blijft ons bespaard. We parkeren vlakbij het strand met als doel daar nog wel even te gaan kijken, moet prachtig zijn, zeggen ze. Dat gezegd hebbende, weet ik natuurlijk al hoe deze middag gaat verlopen. We zijn letterlijk nog geen 5 meter op het paadje en de slachtoffers vallen links en rechts om mij heen op de grond. Ten prooi gevallen aan alles wat huist en kruipt in het aanliggende struik- en kruidgewas. Gelukkig zijn 'ooohhhh...', 'aaahhhhh...'en zelfs 'oeoeoeoeoe....' internationale klanken dus aan begrip geen gebrek. Sowieso, alles wat je doen wilt of niet doen wilt, is allemaal bij voorbaat al ok binnen deze groep mensen. Het is heerlijk om op pad te zijn met alleen maar gelijkgestemden. Je kunt even helemaal je rare zelf zijn.


Vanaf de snelweg die het park doorkruist trekt voortrazend Italië vreemd kijkend en druk toeterend aan ons voorbij. Ze doen hun best maar. Wij hebben inmiddels frêle Resedawitjes, bizarre Wespspinnen, gigantische sprinkhanen, wespen-met-nest, rupsen van de Koninginnenpage (op Venkel!), Zwervende heidelibellen (wéér, arghh!) en wat al niet meer gezien. Het is een prachtige middag die we afsluiten met een waanzinnige zonsondergang en een apocalyptische onweerswolk in de verte. En dan moet het beste nog komen...

De rups van de Koninginnenpage op haar waardplant bij uitstek; Venkel.


Parende Resedawitjes, in Nederland betiteld als 'zeer zeldzaam', in Italië uitbundig aanwezig als het Kleine koolwitje.


De Groene pad, een bijzondere verschijning die onwaarschijnlijk mooi getekend is.


Nou vooruit, van veraf dan, ik kan het tóch niet laten, zeker niet met dit mooie licht. Een Zwervende heidelibel.


De Spinduizendpoot. Het beste van twee werelden als je het mij vraagt. Een felle rover uit het gebied rond de Middellandse Zee.



Een paar maanden voordat we naar Italië vertrekken onderzoeken we gezamenlijk welk gespuis we tegen kunnen komen aldaar. Naast meer algemene dingen als vlinders, sprinkhanen en spinnen valt me op dat er ook iets anders in het lijstje staat. De Europese schorpioen. Ik had er geen weet van dat deze dieren ook in Europa voorkwamen. Zo leer je weer eens wat. Van vriendin Melissa, een Canadese van oorsprong, maar nu Amerikaanse, weet ik dat de schorpioenen daar een bijzondere reactie geven als je ze beschijnt met ultraviolet licht. Het schijnt dat ze dit gebruiken om te kijken of het nacht is, en wellicht om potentiële roofdieren af te schrikken. Hoe dan ook, zij heeft al zo'n lampje en neemt deze mee naar Italië. Top. Ik heb dit fenomeen al wel vaker voorbij zien komen op het internet, maar om dit met eigen ogen, en camera, te kunnen aanschouwen zou wel heel bijzonder zijn. Vlug bestel ik ook mijn eigen UV-zaklampje. Met twéé zoekt vast beter dan met één.


Wat een verassing, de vele Krabspinnetjes reageren ook ontzettend goed op UV-licht!



De eerste avond zoeken we met z'n drieën, Ian, Melissa en ik, een soort van plichtsgetrouw met onze UV-zaklampjes het terrein af. Onder boomschors zouden ze wel kunnen zitten, schijnt. Echt niet. Helemaal niet. Wat we die avond wel vinden zijn fluorescerende Krabspinnetjes. Met z'n allen in een struikje. Alsof het kerst is met fout-blauwwitte led-kerstlampjes in de boom. En heel bizar, de poppen van vlinders knallen je ook tegemoet wanneer je deze beschijnt met ultraviolet. Evenals zaailingen van de Olijf. Maar waar we naar zoeken, dat vinden we niet. Nog niet.

De telson (stekel) van de Europese schorpioen wordt zelden gebruikt, en voelt voor een mens als een bijensteek. Zeggen ze.


De volgende ochtend zie ik op de gronden bij de Trullo een bult met stenen en keien liggen. Inmiddels weet ik dat we een goede kans hebben ze daar wél aan te treffen. Zonder koffie en met een ochtendhoofd scharrel ik richting de bult en begin onwennig wat rond te kijken. Ik draai een steen om. Gekke spin. Pissebed. Duizendpoot. Nog een steen. Idem. En dan, bij de derde steen die ik omdraai, zie ik moederziel alleen een prachtige, ongeveer 40 millimeter grote schorpioen zitten. De eerlijkheid gebied me te zeggen dat ik eerst een paar foto's heb gemaakt, alvorens de rest van de groep in te lichten. Zouden zij ook doen! Een soort ongeschreven regel. Stel je voor dat hij wegloopt/schuifelt/krabbelt of wat een schorpioen dan ook doet. Dan is het niet gebeurd. Picture or it didn't happen!


Beschenen met een ultraviolet zaklampje licht de schorpioen op alsof hij zojuist in een xenon-lamp is veranderd.


Nu we weten waar ze zitten, gaan we in de nacht uiteraard terug om te kijken of we ze ook dan kunnen vinden. Ankie, Ian en ik gaan dit keer op pad. En wéér bij steen nummer drie of vier is het raak. Het ultraviolette licht raakt het beest en de schorpioen geeft een onwaarschijnlijk fel schijnsel af. Ik weet van gekkigheid niet wat ik moet doen en de eerste foto's mislukken totaal. Ik had er niet op gerekend dat we ze ook daadwerkelijk zouden vinden! Toch weer dat mechanisme dat zijn intrede gedaan had. Gelukkig zijn ze niet zo actief en angstig als dat we hadden gedacht en blijven ze keurig netjes op hun steen. We proberen wat instellingen en licht-richtingen uit en zo ondertussen zie ik beelden ontstaan op mijn camera waar ik ontzettend blij van wordt. Wat een kick zeg!

Met een mengeling van normaal licht en ultraviolet licht ontstaat er bijna een soort van speelgoed-dier. Ik zou toch een ander speeltje kiezen...




Een foto met twee golflengtes ultraviolet-licht. De paarse gloed komt van een 395nm UV-lampje. Als je ooit zelf op zoek gaat, neem dan een 365nm UV-lampje mee. Het strooilicht dat hier vanaf komt kunnen wij veel minder goed zien en de schorpioen reageert er net zo goed op.


Als de eerste is weggelopen/weggeschuifeld/weggekrabbeld zoeken we verder. Het blijkt niet moeilijk meer exemplaren te vinden en de rust keert weer in ieders lichaam. We schieten nog wat plaatjes, vieren ter plekke nog een feestje en lopen dan terug naar de villa. Onder het genot van een Limoncello spreken we nog eens ons ongeloof uit over wat er net is gebeurd en als het dan 01.30 is, wordt het wel eens tijd om naar bed te gaan. Morgen vliegen we weer terug naar Nederland. Wij wel. De rest van de posse blijft nog wat dagen langer. Dan herinner ik me ineens weer die cabrio die op de oprit staat en dat we daar morgen nog lekker een uur in mogen cruisen richting het vliegveld. Dak er af, zonnebril op en gáán. Voldaan en tevreden over deze superkorte-turbotrip val ik in slaap. La vita è bella...



180 keer bekeken

© 2020 Chris Ruijter